Lange-QT-syndroom: verschil tussen versies

Uit ECGpedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
 
(21 tussenliggende versies door 3 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
Het Lange QT syndroom betreft een aandoening waarbij, zoals de naam al doet vermoeden, de [[Geleidingstijden_%28PQ%2CQRS%2CQT%29|QT tijd]] op het ECG verlengd is. Dit kan aangeboren zijn, maar ook verworven. Bij een verlengde QT tijd is de repolarisatie vertraagd. Dat wil zeggen dat de hartcellen langer nodig hebben om zich klaar te maken voor de volgende slag. Als er een nieuwe hartslag komt, terwijl nog niet alle hartcellen daar klaar voor zijn, kunnen ernstige ritmestoornissen ontstaan, zoals [[Ritmestoornissen#Torsade de pointes| Torsades de Pointes]] en [[Ritmestoornissen#ventrikelfibrilleren|Ventrikelfibrilleren]].
+
Het lange-QT-syndroom betreft een aandoening waarbij, zoals de naam al doet vermoeden, de [[Geleidingstijden_%28PQ%2CQRS%2CQT%29|QT-tijd]] op het ecg verlengd is. Dit kan aangeboren zijn, maar ook verworven. Bij een verlengde QT-tijd is de repolarisatie vertraagd. Dat wil zeggen dat de hartcellen langer nodig hebben om zich klaar te maken voor de volgende slag. Als er een nieuwe hartslag komt, terwijl nog niet alle hartcellen daar klaar voor zijn, kunnen ernstige ritmestoornissen ontstaan, zoals [[Torsade de Pointes|Torsade de Pointes]] en [[Ritmestoornissen#ventrikelfibrilleren|ventrikelfibrilleren]].
  
 
===Diagnose en behandeling===
 
===Diagnose en behandeling===
De diagnose wordt gesteld aan de hand van het ECG. Hierbij kijkt men naar het [[Geleidingstijden_%28PQ%2CQRS%2CQT%29|QT-interval]] als mede naar de T-golven (repolarisatie). Soms is de QT tijd lastig te bepalen. Kijk hier voor het meten van de '''[[lastige QT|QT tijd bij afwijkende QT patronen]]'''. Een QTc van > 500ms bij patienten met het lange QT syndroom is geassocieerd met een verhoogd risico op cardiale events. Omdat de QTc kan wisselen over de jaren, is het belangrijk ECG's te herhalen over de tijd en de langst gemeten QTc te gebruiken bij risico-inschatting. <cite>Goldenberg</cite>
+
De diagnose wordt gesteld aan de hand van het ecg. Hierbij kijkt men naar het [[Geleidingstijden_%28PQ%2CQRS%2CQT%29|QT-interval]] als mede naar de T-golven (repolarisatie). Soms is de QT-tijd lastig te bepalen. Kijk hier voor het meten van de '''[[lastige QT|QT-tijd bij afwijkende QT-patronen]]'''. Een QTc van > 500 ms bij patiënten met het lange-QT-syndroom is geassocieerd met een verhoogd risico op cardiale events. Omdat de QTc kan wisselen over de jaren, is het belangrijk ecg's te herhalen over de tijd en de langst gemeten QTc te gebruiken bij risico-inschatting. <cite>Goldenberg</cite>
  
 
Voor de behandeling zijn er een aantal mogelijkheden:<cite>ACC2006</cite>
 
Voor de behandeling zijn er een aantal mogelijkheden:<cite>ACC2006</cite>
Regel 9: Regel 9:
 
** Niet zwemmen in geval van LQT1
 
** Niet zwemmen in geval van LQT1
 
** Nachtelijk lawaai voorkómen in geval van LQT2 (bijvoorbeeld van telefoon of wekker)
 
** Nachtelijk lawaai voorkómen in geval van LQT2 (bijvoorbeeld van telefoon of wekker)
*medicatie: beta-blokkers. Beta-blokkers verminderen het optreden van plotselinge hartdood in patiënten , waarbij een genetische afwijking is gevonden passend bij LQTS, maar bij wie geen verlengd QT interval op het ECG is te zien.
+
*medicatie: bètablokkers. Bètablokkers verminderen het optreden van plotselinge hartdood bij patiënten, waarbij een genetische afwijking is gevonden passend bij LQTS, maar bij wie geen verlengd QT-interval op het ecg is te zien.
*[[:w:nl:Internal_Cardiac_Defibrillator|ICD]] implantatie in combinatie met een beta-blokker bij LQTS patiënten met een eerdere hartstilstand of met [[syncope]] of ventrikeltachycardiën ondanks beta-blokkers.
+
*[[:w:nl:Internal_Cardiac_Defibrillator|ICD]]-implantatie in combinatie met een bètablokker bij LQTS-patiënten met een eerdere hartstilstand of met [[syncope]] of ventrikeltachycardiën ondanks bètablokkers.
  
 
===Aangeboren LQTS===
 
===Aangeboren LQTS===
[[Afbeelding:lqts1-3.png|thumb| De drie meest voorkomende vormen van het lange QT syndroom zijn te herkennen aan '''specifieke ECG afwijkingen''': LQT1 'early onset' T top met brede basis; LQT2 kleine late T top; LQT3 verlengde QT tijd met 'late onset' T golf van normale vorm; LQT8 met alternerende T toppen (LQT8 is zeer zeldzaam).]]
+
[[Afbeelding:lqts1-3.png|thumb| De drie meest voorkomende vormen van het lange-QT-syndroom zijn te herkennen aan '''specifieke ecg-afwijkingen''': LQT1 met 'early onset' T-top met brede basis; LQT2 met kleine, late T-top; LQT3 met verlengde QT-tijd met 'late onset' T-golf van normale vorm; LQT8 met alternerende T-toppen (LQT8 is zeer zeldzaam).]]
Congenitale LQTS is een erfelijke aandoening waarbij de ventriculaire repolarisatie verlengd is, wat zich onder meer uit in een verlengde QT tijd op het ECG. Syncope en plotse hartdood treedt bij LQTS vaak op tijdens een specifieke ventriculaire ritmestoornis: [[Torsade_de_pointes|torsade de pointes]]. Hierbij draait de hartas continu, tijdens een ventriculaire tachycardie. Torsades de pointes kan overgaan in ventrikelfibrilleren en plotse hartdood.
+
Congenitale LQTS is een erfelijke aandoening waarbij de ventriculaire repolarisatie verlengd is, wat zich onder meer uit in een verlengde QT-tijd op het ecg. Syncope en plotse hartdood treedt bij LQTS vaak op tijdens een specifieke ventriculaire ritmestoornis: [[Torsade de Pointes|Torsade de Pointes]]. Hierbij draait de hartas continu, tijdens een ventriculaire tachycardie. Torsade de Pointes kan overgaan in ventrikelfibrilleren en plotse hartdood.
De prevalentie is ongeveer 1:3000-5000. De symptomen starten vaak in de tienerleeftijd. Niet alle dragers van afwijkende LQTS genen zijn ook ziek. De uiting kan wisselen van extreme QT velenging en regelmatige syncope, tot minimaal verlenge QT tijd, zonder enig symptoom.
+
De prevalentie is ongeveer 1:3000-5000. De symptomen starten vaak in de tienerleeftijd. Niet alle dragers van afwijkende LQTS-genen zijn ook ziek. De uiting kan wisselen van extreme QT-verlenging en regelmatige syncope, tot minimaal verlengde QT-tijd, zonder enig symptoom.
  
Onderzoek heeft aangetoond, dat de aangeboren vormen berusten op een genetisch defect in de genen die coderen voor ionenstromen die verantwoordelijk zijn voor de repolarisatiefase van een actiepotentiaal. He meest voorkomende defect berust op die van de '''uitwaartse kaliumstroom'''. Dit leidt tot een verlengde repolarisatie en dus een verlengde QT-tijd. Tevens bestaan er ook defecten in de '''natriumkanalen'''. Er is dan met name sprake van een langere inwaartse natriumstroom. Het gevolg is een langere actiepotentiaal als mede een langere QT-tijd.
+
Onderzoek heeft aangetoond, dat de aangeboren vormen berusten op een genetisch defect in de genen die coderen voor ionenstromen die verantwoordelijk zijn voor de repolarisatiefase van een actiepotentiaal. He meest voorkomende defect berust op die van de '''uitwaartse kaliumstroom'''. Dit leidt tot een verlengde repolarisatie en dus een verlengde QT-tijd. Tevens bestaan er ook defecten in de '''natriumkanalen'''. Er is dan met name sprake van een langere inwaartse natriumstroom. Het gevolg is een langere actiepotentiaal alsmede een langere QT-tijd.
  
Er zijn inmiddels 8 LQTS genen beschreven met ieder verschillende kenmerken:
+
Er zijn inmiddels 8 LQTS-genen beschreven met ieder verschillende kenmerken:
  
 
{| border="1" cellpadding="2" cellspacing="0" bordercolor="#6EB4EB" style="font-size:100%;" class="plainlinks" class="wikitable"
 
{| border="1" cellpadding="2" cellspacing="0" bordercolor="#6EB4EB" style="font-size:100%;" class="plainlinks" class="wikitable"
Regel 25: Regel 25:
 
| type
 
| type
 
| chromosoom
 
| chromosoom
| gen (met [http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=OMIM OMIM] links)
+
| gen (met [http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=OMIM OMIM]-links)
 
| eiwit
 
| eiwit
 
| ionkanaal
 
| ionkanaal
 
| frequentie
 
| frequentie
| SCD incidentie
+
| SCD-incidentie
| oververving
+
| overerving
| ECG kenmerken
+
| ecg-kenmerken
| Trigger
+
| trigger
| Eponiem
+
| eponiem
 
|-
 
|-
 
! LQTS1
 
! LQTS1
Regel 40: Regel 40:
 
| KvLQT1  
 
| KvLQT1  
 
| I''ks''
 
| I''ks''
| ~50%
+
| ~ 50%
| 0.30%/jaar
+
| 0,30%/jaar
 
| AD, AR
 
| AD, AR
| 'early onset' T top met brede basis
+
| 'early onset' T-top met brede basis
 
| inspanning, m.n. zwemmen
 
| inspanning, m.n. zwemmen
 
| JLN1 indien homozygoot, LQTS1 indien heterozygoot
 
| JLN1 indien homozygoot, LQTS1 indien heterozygoot
Regel 53: Regel 53:
 
| I''kr''
 
| I''kr''
 
| 30-40%
 
| 30-40%
| 0.60%/jaar
+
| 0,60%/jaar
 
| AD
 
| AD
| kleine late T top
+
| kleine, late T-top
 
| adrenerge prikkels, m.n. nachtelijk lawaai
 
| adrenerge prikkels, m.n. nachtelijk lawaai
 
| JLN2 indien homozygoot, LQTS2 indien heterozygoot
 
| JLN2 indien homozygoot, LQTS2 indien heterozygoot
Regel 62: Regel 62:
 
| 3p21
 
| 3p21
 
| [http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/dispomim.cgi?id=600163 SCN5A]
 
| [http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/dispomim.cgi?id=600163 SCN5A]
| NA kanaal
+
| Na-kanaal
 
|
 
|
 
| 5-10%
 
| 5-10%
| 0.56%/jaar
+
| 0,56%/jaar
 
| AD
 
| AD
| 'Late onset' T golf van normale vorm
+
| 'late onset' T-golf van normale vorm
 
|
 
|
 
|
 
|
Regel 76: Regel 76:
 
| Ankyrin B
 
| Ankyrin B
 
|
 
|
| <1%
+
| < 1%
 
|
 
|
 
| AD
 
| AD
Regel 88: Regel 88:
 
| minK  
 
| minK  
 
| I''ks''
 
| I''ks''
| <1%
+
| < 1%
 
|
 
|
 
| AD/AR
 
| AD/AR
Regel 100: Regel 100:
 
| MiRP1
 
| MiRP1
 
| I''kr''
 
| I''kr''
| <1%
+
| < 1%
 
|
 
|
 
| AD
 
| AD
Regel 112: Regel 112:
 
| Kir 2.1
 
| Kir 2.1
 
| I''k1''
 
| I''k1''
| <1%
+
| < 1%
 
|
 
|
 
| AD
 
| AD
 
|
 
|
 
|
 
|
| Anderson-Tawil syndroom
+
| Anderson-Tawil-syndroom
 
|-
 
|-
 
! LQTS8
 
! LQTS8
Regel 124: Regel 124:
 
| (ICa-L)
 
| (ICa-L)
 
|
 
|
| <1%
+
| < 1%
 
|  
 
|  
 
|  
 
|  
| alternerende T golven
+
| alternerende T-golven
 
|
 
|
| Timothy Syndroom
+
| Timothy-syndroom
 
|-
 
|-
 
! LQTS9
 
! LQTS9
Regel 136: Regel 136:
 
| Caveolin 3
 
| Caveolin 3
 
|
 
|
| <1%
+
| < 1%
 
|
 
|
 
|  
 
|  
Regel 148: Regel 148:
 
| Navb4
 
| Navb4
 
|
 
|
| <1%
+
| < 1%
 +
|
 +
|
 +
|
 +
|
 +
|
 +
|-
 +
! LQTS11
 +
| 7q21-q22
 +
| [http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=omim&Cmd=DetailsSearch&Term=604001%5BMIM%5D AKAP9]
 +
| Caveolin 3
 +
|
 +
| 1 familie <cite>Chen</cite>
 +
|
 +
|
 +
|
 +
|
 +
|
 +
 +
|-
 +
! LQTS12
 +
| 20q11.2
 +
| [http://omim.org/entry/601017 Syntrophin-α1]
 +
| SNTA1
 +
|
 +
| 1 familie <cite>Ueda</cite>
 
|
 
|
 
|  
 
|  
Regel 156: Regel 181:
 
|}
 
|}
  
Nog voordat deze genen bekend waren, waren er al enkele syndromen beschreven, die gepaard gingen met een lange QT tijd.  
+
Nog voordat deze genen bekend waren, waren er al enkele syndromen beschreven, die gepaard gingen met een lange QT-tijd.  
* Anton Jervell and Fred Lange-Nielsen uit Oslo beschreven in 1957 een autosomaal recessief overervend syndroom dat gepaard ging met QT verlenging, doofheid en plotselinge hartdood. Sindsdien heet dit syndroom '''Jervell-Lange-Nielsen syndroom'''. <cite>Lang1957</cite>
+
* Anton Jervell and Fred Lange-Nielsen uit Oslo beschreven in 1957 een autosomaal recessief overervend syndroom dat gepaard ging met QT-verlenging, doofheid en plotselinge hartdood. Sindsdien heet dit syndroom '''Jervell-Lange-Nielsen-syndroom'''. <cite>Lang1957</cite>
* '''Romano-Ward syndroom''' is een lange QT syndroom met normale gehoorfunctie en erft i.t.t. de anderen autosomaal dominant over.
+
* '''Romano-Ward-syndroom''' is een lange-QT-syndroom met normale gehoorfunctie en erft, i.t.t. de andere, autosomaal dominant over.
 
Inmiddels is bekend dat ook deze syndromen berusten op afwijkingen in bovenstaande genen.
 
Inmiddels is bekend dat ook deze syndromen berusten op afwijkingen in bovenstaande genen.
  
 
===Verworven LQTS===
 
===Verworven LQTS===
Verworven lange QT syndroom wordt meestal veroorzaakt door medicijnen. In combinatie met een aantal risicofactoren neemt het risico op ritmestoornissen toe, met name ook weer  
+
Verworven lange-QT-syndroom wordt meestal veroorzaakt door medicijnen. In combinatie met een aantal risicofactoren neemt het risico op ritmestoornissen toe, met name ook weer [[Torsade de Pointes|Torsade de Pointes]].
[[Ritmestoornissen#Torsade_de_pointes|Torsade de Pointes]].
+
[[Afbeelding:acquired_longQT.jpg|thumb|Een typisch voorbeeld van een ecg met een verlengd QT-interval.]]
[[Afbeelding:acquired_longQT.jpg|thumb|Een typisch voorbeeld van een ECG met een verlengd QT interval.]]
 
 
{| class="wikitable" width="400px"
 
{| class="wikitable" width="400px"
!Medicijnen die [[Ritmestoornissen#Torsade_de_pointes|Torsade de Pointes]] kunnen veroorzaken:<cite>Roden</cite>
+
!Medicijnen die [[Torsade de Pointes|Torsade de Pointes]] kunnen veroorzaken:<cite>Roden</cite>
 
|-
 
|-
 
|
 
|
Regel 180: Regel 204:
 
*antibiotica: halofantrine, pentamidine, sparfloxacin
 
*antibiotica: halofantrine, pentamidine, sparfloxacin
 
*Anti-emetica: domperidon, droperidol
 
*Anti-emetica: domperidon, droperidol
*Anti-psychotica: chlorpromazine, haloperidol, mesoridazine, thioridazine, pimozide
+
*Antipsychotica: chlorpromazine, haloperidol, mesoridazine, thioridazine, pimozide
 
*Methadon
 
*Methadon
 
*Disopyramide
 
*Disopyramide
 
*Dofetilide
 
*Dofetilide
 
*Ibutilide
 
*Ibutilide
*Procainamide
+
*Procaïnamide
 
*Quinidine
 
*Quinidine
 
*Bepridil
 
*Bepridil
Regel 195: Regel 219:
  
 
{| class="wikitable" width="400px"
 
{| class="wikitable" width="400px"
!Risicofactoren voor medicijngeïnduceerde [[Ritmestoornissen#Torsade_de_pointes|Torsade de Pointes]]:
+
!Risicofactoren voor medicijngeïnduceerde [[Torsade de Pointes|Torsade de Pointes]]:
 
|-
 
|-
 
|
 
|
 
*Vrouwelijk geslacht
 
*Vrouwelijk geslacht
*Hypokaliemie
+
*Hypokaliëmie
 
*Bradycardie
 
*Bradycardie
*Recente conversie van [[Ritmestoornissen#Torsade_de_pointes|boezemfibrilleren]], in het bijzonder als er een QT-verlengend medicijn is gebruikt (sotalol, amiodarone)
+
*Recente conversie van [[Boezemfibrilleren|boezemfibrilleren]], in het bijzonder als er een QT verlengend medicijn is gebruikt (sotalol, amiodarone)
 
*Decompensatio cordis
 
*Decompensatio cordis
*Digitalis behandeling
+
*Digitalisbehandeling
*Hoge of overdosering of snelle intraveneuze toediening van één van bovengenoemde medicamenten
+
*Hoge dosering of overdosering of snelle intraveneuze toediening van één van bovengenoemde medicamenten
*Bestaande QT verlenging vóórdat het medicament werd toegediend
+
*Bestaande QT-verlenging vóórdat het medicament werd toegediend
*Subklinisch lange QT syndroom
+
*Subklinisch lange-QT-syndroom
*Bepaalde ion-kanaal polymorphismen
+
*Bepaalde ion-kanaal-polymorphismen
 
|}
 
|}
  
Regel 217: Regel 241:
 
#[http://qtdrugs.org QTdrugs.org, met een lijst van QT verlengende medicatie]
 
#[http://qtdrugs.org QTdrugs.org, met een lijst van QT verlengende medicatie]
 
#[http://www.cardiogenetica.nl Cardiogenetica.nl]
 
#[http://www.cardiogenetica.nl Cardiogenetica.nl]
#[http://www.sads.org Sudden Arrhythmia Death Syndrome Foundation]. Een Amerikaanse vereniging o.a. voor LQTS patiënten.
+
#[http://www.sads.org Sudden Arrhythmia Death Syndrome Foundation]. Een Amerikaanse vereniging o.a. voor LQTS-patiënten.
 
#[http://www.fsm.it/cardmoc/ Inherited Arrhythmias Database]
 
#[http://www.fsm.it/cardmoc/ Inherited Arrhythmias Database]
  
Regel 229: Regel 253:
 
#Roden pmid=14999113
 
#Roden pmid=14999113
 
#Roden2 pmid=18184962
 
#Roden2 pmid=18184962
 +
#Chen pmid=18093912
 +
#Ueda pmid=18591664
 
</biblio>
 
</biblio>

Huidige versie van 10 jul 2017 om 13:42

Het lange-QT-syndroom betreft een aandoening waarbij, zoals de naam al doet vermoeden, de QT-tijd op het ecg verlengd is. Dit kan aangeboren zijn, maar ook verworven. Bij een verlengde QT-tijd is de repolarisatie vertraagd. Dat wil zeggen dat de hartcellen langer nodig hebben om zich klaar te maken voor de volgende slag. Als er een nieuwe hartslag komt, terwijl nog niet alle hartcellen daar klaar voor zijn, kunnen ernstige ritmestoornissen ontstaan, zoals Torsade de Pointes en ventrikelfibrilleren.

Diagnose en behandeling

De diagnose wordt gesteld aan de hand van het ecg. Hierbij kijkt men naar het QT-interval als mede naar de T-golven (repolarisatie). Soms is de QT-tijd lastig te bepalen. Kijk hier voor het meten van de QT-tijd bij afwijkende QT-patronen. Een QTc van > 500 ms bij patiënten met het lange-QT-syndroom is geassocieerd met een verhoogd risico op cardiale events. Omdat de QTc kan wisselen over de jaren, is het belangrijk ecg's te herhalen over de tijd en de langst gemeten QTc te gebruiken bij risico-inschatting. [1]

Voor de behandeling zijn er een aantal mogelijkheden:[2]

  • "Lifestyle modification":
    • Geen sport in competitieverband bij alle patiënten met LQTS
    • Niet zwemmen in geval van LQT1
    • Nachtelijk lawaai voorkómen in geval van LQT2 (bijvoorbeeld van telefoon of wekker)
  • medicatie: bètablokkers. Bètablokkers verminderen het optreden van plotselinge hartdood bij patiënten, waarbij een genetische afwijking is gevonden passend bij LQTS, maar bij wie geen verlengd QT-interval op het ecg is te zien.
  • ICD-implantatie in combinatie met een bètablokker bij LQTS-patiënten met een eerdere hartstilstand of met syncope of ventrikeltachycardiën ondanks bètablokkers.

Aangeboren LQTS

De drie meest voorkomende vormen van het lange-QT-syndroom zijn te herkennen aan specifieke ecg-afwijkingen: LQT1 met 'early onset' T-top met brede basis; LQT2 met kleine, late T-top; LQT3 met verlengde QT-tijd met 'late onset' T-golf van normale vorm; LQT8 met alternerende T-toppen (LQT8 is zeer zeldzaam).

Congenitale LQTS is een erfelijke aandoening waarbij de ventriculaire repolarisatie verlengd is, wat zich onder meer uit in een verlengde QT-tijd op het ecg. Syncope en plotse hartdood treedt bij LQTS vaak op tijdens een specifieke ventriculaire ritmestoornis: Torsade de Pointes. Hierbij draait de hartas continu, tijdens een ventriculaire tachycardie. Torsade de Pointes kan overgaan in ventrikelfibrilleren en plotse hartdood. De prevalentie is ongeveer 1:3000-5000. De symptomen starten vaak in de tienerleeftijd. Niet alle dragers van afwijkende LQTS-genen zijn ook ziek. De uiting kan wisselen van extreme QT-verlenging en regelmatige syncope, tot minimaal verlengde QT-tijd, zonder enig symptoom.

Onderzoek heeft aangetoond, dat de aangeboren vormen berusten op een genetisch defect in de genen die coderen voor ionenstromen die verantwoordelijk zijn voor de repolarisatiefase van een actiepotentiaal. He meest voorkomende defect berust op die van de uitwaartse kaliumstroom. Dit leidt tot een verlengde repolarisatie en dus een verlengde QT-tijd. Tevens bestaan er ook defecten in de natriumkanalen. Er is dan met name sprake van een langere inwaartse natriumstroom. Het gevolg is een langere actiepotentiaal alsmede een langere QT-tijd.

Er zijn inmiddels 8 LQTS-genen beschreven met ieder verschillende kenmerken:

type chromosoom gen (met OMIM-links) eiwit ionkanaal frequentie SCD-incidentie overerving ecg-kenmerken trigger eponiem
LQTS1 11p15 KCNQ1 KvLQT1 Iks ~ 50% 0,30%/jaar AD, AR 'early onset' T-top met brede basis inspanning, m.n. zwemmen JLN1 indien homozygoot, LQTS1 indien heterozygoot
LQTS2 7q35 KCNH2 hERG Ikr 30-40% 0,60%/jaar AD kleine, late T-top adrenerge prikkels, m.n. nachtelijk lawaai JLN2 indien homozygoot, LQTS2 indien heterozygoot
LQTS3 3p21 SCN5A Na-kanaal 5-10% 0,56%/jaar AD 'late onset' T-golf van normale vorm
LQTS4 4q25 ANK2 Ankyrin B < 1% AD
LQTS5 21q22 KCNE1 minK Iks < 1% AD/AR
LQTS6 21q22 KCNE2 MiRP1 Ikr < 1% AD
LQTS7 17q23 KCNJ2 Kir 2.1 Ik1 < 1% AD Anderson-Tawil-syndroom
LQTS8 6q8A CACNA1C (ICa-L) < 1% alternerende T-golven Timothy-syndroom
LQTS9 3p25.3 CAV3 Caveolin 3 < 1%
LQTS10 11q23.3 SCN4B Navb4 < 1%
LQTS11 7q21-q22 AKAP9 Caveolin 3 1 familie [3]
LQTS12 20q11.2 Syntrophin-α1 SNTA1 1 familie [4]

Nog voordat deze genen bekend waren, waren er al enkele syndromen beschreven, die gepaard gingen met een lange QT-tijd.

  • Anton Jervell and Fred Lange-Nielsen uit Oslo beschreven in 1957 een autosomaal recessief overervend syndroom dat gepaard ging met QT-verlenging, doofheid en plotselinge hartdood. Sindsdien heet dit syndroom Jervell-Lange-Nielsen-syndroom. [5]
  • Romano-Ward-syndroom is een lange-QT-syndroom met normale gehoorfunctie en erft, i.t.t. de andere, autosomaal dominant over.

Inmiddels is bekend dat ook deze syndromen berusten op afwijkingen in bovenstaande genen.

Verworven LQTS

Verworven lange-QT-syndroom wordt meestal veroorzaakt door medicijnen. In combinatie met een aantal risicofactoren neemt het risico op ritmestoornissen toe, met name ook weer Torsade de Pointes.

Een typisch voorbeeld van een ecg met een verlengd QT-interval.
Medicijnen die Torsade de Pointes kunnen veroorzaken:[6]
  • Sotalol
  • Amiodarone
  • Erythromycine
  • Clarithromycine
Minder vaak gebruikte medicijnen:
  • Cisapride
  • antibiotica: halofantrine, pentamidine, sparfloxacin
  • Anti-emetica: domperidon, droperidol
  • Antipsychotica: chlorpromazine, haloperidol, mesoridazine, thioridazine, pimozide
  • Methadon
  • Disopyramide
  • Dofetilide
  • Ibutilide
  • Procaïnamide
  • Quinidine
  • Bepridil
Zie ook Torsades.org voor een uitgebreide lijst


Risicofactoren voor medicijngeïnduceerde Torsade de Pointes:
  • Vrouwelijk geslacht
  • Hypokaliëmie
  • Bradycardie
  • Recente conversie van boezemfibrilleren, in het bijzonder als er een QT verlengend medicijn is gebruikt (sotalol, amiodarone)
  • Decompensatio cordis
  • Digitalisbehandeling
  • Hoge dosering of overdosering of snelle intraveneuze toediening van één van bovengenoemde medicamenten
  • Bestaande QT-verlenging vóórdat het medicament werd toegediend
  • Subklinisch lange-QT-syndroom
  • Bepaalde ion-kanaal-polymorphismen


Externe links

  1. LongQT.org Powerpoint presentatie over lange QT syndroom
  2. Torsades.org met een lijst met QT verlengende medicatie
  3. QTdrugs.org, met een lijst van QT verlengende medicatie
  4. Cardiogenetica.nl
  5. Sudden Arrhythmia Death Syndrome Foundation. Een Amerikaanse vereniging o.a. voor LQTS-patiënten.
  6. Inherited Arrhythmias Database

Referenties

  1. Goldenberg I, Mathew J, Moss AJ, McNitt S, Peterson DR, Zareba W, Benhorin J, Zhang L, Vincent GM, Andrews ML, Robinson JL, and Morray B. Corrected QT variability in serial electrocardiograms in long QT syndrome: the importance of the maximum corrected QT for risk stratification. J Am Coll Cardiol. 2006 Sep 5;48(5):1047-52. DOI:10.1016/j.jacc.2006.06.033 | PubMed ID:16949500
  2. Zipes DP, Camm AJ, Borggrefe M, Buxton AE, Chaitman B, Fromer M, Gregoratos G, Klein G, Moss AJ, Myerburg RJ, Priori SG, Quinones MA, Roden DM, Silka MJ, Tracy C, Smith SC Jr, Jacobs AK, Adams CD, Antman EM, Anderson JL, Hunt SA, Halperin JL, Nishimura R, Ornato JP, Page RL, Riegel B, Blanc JJ, Budaj A, Dean V, Deckers JW, Despres C, Dickstein K, Lekakis J, McGregor K, Metra M, Morais J, Osterspey A, Tamargo JL, Zamorano JL, American College of Cardiology/American Heart Association Task Force., European Society of Cardiology Committee for Practice Guidelines., European Heart Rhythm Association., and Heart Rhythm Society.. ACC/AHA/ESC 2006 Guidelines for Management of Patients With Ventricular Arrhythmias and the Prevention of Sudden Cardiac Death: a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force and the European Society of Cardiology Committee for Practice Guidelines (writing committee to develop Guidelines for Management of Patients With Ventricular Arrhythmias and the Prevention of Sudden Cardiac Death): developed in collaboration with the European Heart Rhythm Association and the Heart Rhythm Society. Circulation. 2006 Sep 5;114(10):e385-484. DOI:10.1161/CIRCULATIONAHA.106.178233 | PubMed ID:16935995
  3. Chen L, Marquardt ML, Tester DJ, Sampson KJ, Ackerman MJ, and Kass RS. Mutation of an A-kinase-anchoring protein causes long-QT syndrome. Proc Natl Acad Sci U S A. 2007 Dec 26;104(52):20990-5. DOI:10.1073/pnas.0710527105 | PubMed ID:18093912
  4. Ueda K, Valdivia C, Medeiros-Domingo A, Tester DJ, Vatta M, Farrugia G, Ackerman MJ, and Makielski JC. Syntrophin mutation associated with long QT syndrome through activation of the nNOS-SCN5A macromolecular complex. Proc Natl Acad Sci U S A. 2008 Jul 8;105(27):9355-60. DOI:10.1073/pnas.0801294105 | PubMed ID:18591664
  5. JERVELL A and LANGE-NIELSEN F. Congenital deaf-mutism, functional heart disease with prolongation of the Q-T interval and sudden death. Am Heart J. 1957 Jul;54(1):59-68. DOI:10.1016/0002-8703(57)90079-0 | PubMed ID:13435203
  6. Roden DM. Drug-induced prolongation of the QT interval. N Engl J Med. 2004 Mar 4;350(10):1013-22. DOI:10.1056/NEJMra032426 | PubMed ID:14999113
  7. Schwartz PJ, Priori SG, Spazzolini C, Moss AJ, Vincent GM, Napolitano C, Denjoy I, Guicheney P, Breithardt G, Keating MT, Towbin JA, Beggs AH, Brink P, Wilde AA, Toivonen L, Zareba W, Robinson JL, Timothy KW, Corfield V, Wattanasirichaigoon D, Corbett C, Haverkamp W, Schulze-Bahr E, Lehmann MH, Schwartz K, Coumel P, and Bloise R. Genotype-phenotype correlation in the long-QT syndrome: gene-specific triggers for life-threatening arrhythmias. Circulation. 2001 Jan 2;103(1):89-95. DOI:10.1161/01.cir.103.1.89 | PubMed ID:11136691
  8. Shah M, Akar FG, and Tomaselli GF. Molecular basis of arrhythmias. Circulation. 2005 Oct 18;112(16):2517-29. DOI:10.1161/CIRCULATIONAHA.104.494476 | PubMed ID:16230503
  9. Roden DM. Clinical practice. Long-QT syndrome. N Engl J Med. 2008 Jan 10;358(2):169-76. DOI:10.1056/NEJMcp0706513 | PubMed ID:18184962

Alle samenvattingen van Medline: PubMed